Posts tonen met het label Rembrandtkade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rembrandtkade. Alle posts tonen

De buurt


het buurtje plus omgeving: ten noorden Emmalaan, ten westen Maliebaan, ten zuiden Prins Hendriklaan en Jan van Scorelstraat (google maps)

1953, koningslaan, hoek Dillenburgstraat
(Utr. Archief)
Slechts 4 straten breed eigenlijk, dat buurtje van ons, met een paar zijstraten ertussen. Het eindigt bij de Rembrandtkade in het zuiden en de Johan Willem Frisostraat in het noorden. Daartussen parallel aan elkaar van west naar oost de Koningslaan aan het Wilhelminapark, de Mauritsstraat, de Stadhouderslaan en de Frederik Hendrikstraat waarvan de tuinen grenzen aan de Zilveren Schaats, de natuurlijke grens. In mijn jeugd was dat ook direct de grens tussen stad en platteland: erachter begonnen de weilanden van de Johannapolder, doorkruist door de toen nog rustige rijksweg. Tussen de vier straten nog twee verbindings wegen: de Dillenburgstraat in het midden en de Willem de Zwijgerstraat ten zuiden daarvan.
1968, zicht op Frederik Hendrikstraat vanaf begin Willem de Zwijgerstraat
(Utr. Archief)

De Stadhouderslaan vormt de centrale as, de breedste weg waar ook de bus doorheen rijdt. De halte op de hoek van de Dillenburgstraat is er nog altijd. De Koningslaan, aan het park, was de chicste. Mauritsstraat en Frederik Hendrikstraat waren misschien wat minder mooie straten. Maar dat is misschien subjectief.

De hele buurt bestond immers voor het grootste deel uit ruime ééngezinswoningen met tuin, bewoond door keurige middle class gezinnen. Veel ervan waren koopwoningen (denk ik) en er waren relatief maar weinig panden met etagewoningen. Ik kende tenminste vrijwel niemand in de buurt die op een verdieping woonde.

bushalte Stadhouderslaan/Dillenburgstraat, ca. 2017 

Het was een rustige buurt. Mensen gingen beleefd en vriendelijk met elkaar om, openlijke ruzies waren er niet of werden in elk geval niet publiekelijk uitgevochten. Veel grote gezinnen natuurlijk, zoals in die babybooming tijd gewoon was. Niet zo groot als elders echter; vier tot zes kinderen was normaal.


2005, naambordje croiset
Woonden er in mijn tijd nog 'bekende Nederlanders' bij ons in de buurt? De enige die ik me kan herinneren zijn de beeldhouwer Pieter d'Hont (Frederik Hendrikstraat) en de bekende paragnost Gerard Croiset (willem de Zwijgerstraat), wiens gelijknamige zoon in 2005 nog steeds hetzelfde naambordje bij de voordeur had hangen. Er staat me iets van bij dat ook Dick Bruna ooit in de buurt woonde maar daarin kan ik me vergissen.

(naschrift: veel later kwam ik er achter dat ook de bekende ARP- en -kortstondig- CDA voorman Willem Aantjes bij ons in de buurt woonde: koningslaan. Maar ja, diens kinderen zullen wel op een christelijke school gezeten hebben.)

Weinig straatleven hier; men zat niet op de stoep met een biertje. Het leven speelde zich binnen af of elders. Veel ouders en kinderen uit de buurt kwamen elkaar dan ook weer tegen op de sportclub, de school, de kerk. Hockeyclub Kampong, de Kohnstammschool (net als de Frans Halsschool overigens, officieel 'Utrechtse School Vereniging' genaamd), het gymnasium en de (remonstrantse) Geertekerk; alle betrokken hun 'klanten' voor een behoorlijk deel uit onze buurt.
1962, Wilhelminapark, westzijde, vanaf hoek Burg.Reigerstraat
(Utr. Archief)

Natuurlijk stond het buurtje niet op zichzelf. Hetzelfde soort mensen en huizen vond je bijvoorbeeld aan de overkant (westkant) van het Wilhelminapark, de van Limburg Stirum- en van der Duijnstraat daar, de Prins Hendriklaan aan de andere kant van het Antonius Ziekenhuis. En natuurlijk waren er de nog een beetje chiquere buurten rond de Emmalaan, ten noorden van het Rosarium en de daarachter gelegen Maliebaan.

Verderop werd het echter echt anders: achter het park lag ook Oudwijk, een volksbuurt waar weinig contact mee bestond. Ook verderop langs de Jan van Scorelstraat was 'onze' buurt toch echt opgehouden. 

Meneer van der Pol

2005, de winkel van van der Pol aan de Prins Hendriklaan
Zoals elders in dit blog al vermeld was meneer van der Pol onze fietsenmaker. Niet zo maar eentje, meneer van der Pol was een fenomeen. Zijn winkel aan de Prins Hendriklaan, hoek Rembrandtkade was een begrip in de hele buurt. Voorin een mooie winkel vol glanzendnieuwe fietsen, achter een werkplaats met daarachter een plaatsje voor het stallen van de te repareren/gerepareerde fietsen.

Van der Pol, zo lees ik op internet, had de zaak in 1956 overgenomen van een telg uit een echt Utrechts fietsenmakersgeslacht, Johan v.d. Sluijs. Zo rond de eeuwwisseling was diens vader volgens sommigen Utrechts eerste fietsenmaker met zaken in de Biltstraat en de Burg. Reigerstraat.

Meneer van der Pol was geliefd. Voor iedereen, jong en oud een praatje, een verhaal, een grap. Lang heb ik gedacht dat mijn vriendje B. en ik de enigen waren die hele woensdagmiddagen bij hem rondhingen. We zaten dan op zijn werkbank te luisteren naar zijn verhalen, terwijl hij aan zijn fietsen werkte. Later begreep ik dat hij die aantrekkingskracht door de jaren heen op veel meer kinderen uitoefende. Zo vertelde een kennis uit mijn jeugd, nu gepensioneerd dierenarts, me niet zo lang geleden dat hij zijn hobby (antieke fietsen opknappen) bij van der Pol opgedaan had en het vak min of meer van hem had geleerd.

Waar gingen die gesprekken over? Ik heb er geen idee meer van maar ze hadden ons in hun ban en we kwamen telkens terug voor meer. Ik weet ook dat van der Pol ook op ouderen, vooral mannen, indruk maakte. Mijn vader was bijvoorbeeld erg op hem gesteld en een nieuwe fiets (gazelle natuurlijk) werd dan ook altijd gekocht bij van der Pol.
2005, briefje met humor

Later, op de middelbare school, brachten we vaak folders voor hem rond. Daar betaalde hij ons voor, een centenkwestie maar daar ging het niet om. We deden het graag.

En dan ga je het huis uit en verlies je ook meneer van der Pol uit het oog. Utrecht raakt steeds verder
weg en er komen tal van nieuwe fietsenmakers/rijwielhandelaren op je pad. In 2005 liep ik eens in het oude buurtje rond en kwam ook langs zijn winkel. Bestond nog steeds maar er hing een klein,typisch van der Polbriefje naast de bel: voorlopig gesloten. Hij was toen al jaren met pensioen... Humor!  

In 2008 was ik er nog eens. Ik trok de stoute schoenen aan en belde aan (hij woonde altijd al boven de winkel). Zijn dochter deed open maar al gauw kwam van der Pol zelf naar beneden. Nog eenmaal zat ik bij hem in de werkplaats die nog precies was als in mijn herinnering. We hadden een gezellig gesprek over vroeger en ik maakte een aantal foto's.


Precies weet ik het niet meer maar hij overleed een paar jaar geleden. Ik zag de advertentie in NRC-Handelsblad. Een fietsenmaker van stand, dat was hij!

Meneer van der Pol: wat een fijne jeugdherinnering!




Winkels


        ca. 1960, Drogisterij 'de Zwijger' (ten tijde van publicatie van dit blog, ca. 2013, bevond zich er 'tapperij de Stadhouder', na 2023 werd dat 'tapperij Dikke Dries', een naam uit een nog verder verleden van het Utrechtse uitgaansleven... AH 9/12/2025) (Utr. Archief)

Veel winkels waren er niet in het buurtje. De Jan van Scorelstraat had er veel meer: minstens drie bloemenwinkels vlak rond het Antonius Ziekenhuis bijvoorbeeld. Tussen Rembrandtkade en Prins Hendriklaan zat verder o.a. een kantoorboekhandel. Verderop, bij het Hobbemaplein, zat de lubro bakkerij, waarover elders het een en ander geschreven staat.

1968, brand bij Noack (Utr. Archief)
Op de hoek Jan van Scorelstraat-Prins Hendriklaan zat kruidenier Noack. Mijn moeder was niet erg op hem gesteld vanwege zijn slagzin: "hoop dat u mooi weer hebt, dan heb ik het ook." Maar we kochten er wel het een en ander. En de brand in zijn pand (1968) was spectaculair! De meeste boodschappen kwamen echter van meneer Rijksen. Hij had een winkel aan de Nachtegaalstraat maar bezorgde ook. Mijn moeder gaf telefonisch het lijstje door en op vrijdagavond, als we zaten te eten, kwam hij ze brengen. Hij liet zichzelf binnen met het touwtje uit de brievenbus en liep door naar de keuken, roepende "Rijksen!". Hoefde mijn moeder niet op te staan.

Op de volgende hoek van de Jan van Scorelstraat zat slagerij van Schie. Daar kwamen we regelmatig. Meneer van Schie's gelaatskleur leek verdacht veel op die van de lever die hij verkocht, zo herinner ik me. Maar het plakje worst was altijd zeer welkom...

Nog verder, bij de hoek van de Adriaen van Ostadelaan, zat de bondsspaarbank. Regelmatig kwamen wij kinderen daar met ons bankboekje om geld bij te laten schrijven (stuivers en dubbeltjes meestal) op onze zilvervloot rekening.

Op de Rembrandtkade zat fietsenmaker Smorenburg. Wij kwamen er nooit. De man handelde in het merk batavus en wij waren 'van gazelle'. Onze fietsenmaker was van der Pol, om de hoek op de Prins Hendriklaan, maar aan hem bewaar ik zulke bijzondere herinneringen dat hij in dit blog zijn eigen verhaaltje verdient.

1963, sigarenboer, hoek Frederik Hendrikstraat (Utr. Archief)
Toch waren er in het buurtje zelf ook een aantal winkels. Drogisterij 'de Zwijger' van meneer Thies zat aan het pleintje schuin tegenover het onze. De sigarenboer zat er tegenover op de hoek van de Frederik Hendrikstraat. Op de hoek met de Willem de Zwijgerstraat zat ook een kleine kruidenier, de Centra. Maar daar kochten we niet want 'die waren katholiek', zoals mijn oudste broer zich herinnert. 

Op de hoek met de Dillenburgstraat zat een groenteboer, Scherrenberg. We haalden er wel eens geschilde aardappelen, iets nieuws in die tijd. Hij had daartoe een luidruchtig apparaat waarin de aardappelen werden rondgeslingerd langs scherpe messen.

1973, groenteboer Scherrenberg (Utr. Archief)
Helemaal aan het begin van de stadhouderslaan zat onze kapper. Volgens mij heette hij van Maarschalkerweerd. Het bezoek aan hem was een verdeeld genoegen. Dat gepruts aan mijn haar zag ik totaal niet zitten (er kwam in mijn ogen altijd wat afschuwelijks uit, helemaal opgeschoren en zo) maar bij hem lagen stripboeken die bij ons het huis niet inkwamen en ondeugend tijdschrift 'de Lach'. Omdat we meestal met een aantal kinderen tegelijk gingen wilde ik daarom altijd als laatste geknipt worden..

Ook in de Mauritsstraat, hoek Dillenburgstraat zat een Centra winkel: schuin tegenover mijn vriendje B. 

Maar de meeste boodschappen kwamen in die tijd toch naar ons toe. Straatventers, huis aan huisverkopers, al dan niet met paard- en wagen, waren nog heel gewoon. Daarover elders meer.

(N.B. Dit hoofdstuk kwam mede tot stand op basis van de jeugdherinneringen van mijn broers Bas en Maarten die mij hielpen met de namen van vele, hierboven genoemde winkeliers)

1973, de Centra in de Mauritsstraat (Utr. Archief)






de Zilveren Schaats


1976, Zilveren Schaats vanaf het noorden (ridderschapsvaart), links het dijkje, rechts de Frederik Hendrikstraat (Utr. Archief)


de Zilveren Schaats, google maps 2013
De Zilveren Schaats... Een begrip voor iedereen die opgroeide in Utrecht-Oost. Niet alleen leerden de meeste kinderen er schaatsen achter een stoel of krukje, het achter gelegen (deels dicht begroeide) dijkje was ook een ideaal speelgebied voor opgroeiende jongetjes.

De tuinen van de Frederik Hendrikstraat grensden aan het lange, smalle water. Veel bewoners hadden dan ook een kleine steiger voor kano's of roeibootjes. Wie daar kennissen had had ook direct toegang tot het gebied. En natuurlijk kenden we genoeg kinderen daar. Ook onze pianolerares had een tuin aan het water. Je kon ook omlopen via de Rembrandtkade. Je moest dan wel over een hek klimmen maar dat was geen probleem natuurlijk.


Wat hebben we er een hutten gebouwd, schatten begraven, spellen gespeeld! Kanoën door de sloten erachter, kikkervisjes vangen, avonturen met boze, broedende zwanen, het was een waar paradijs. 

2012, van facebook: zie links in tekst
En 's winters natuurlijk de ijsbaan. De hele buurt verzamelde zich er. Een ovalen baan werd geveegd en er was altijd wel iemand die aankwam met kannen warme chocolademelk of zo. 

2012, van facebook, zie links in tekst
Ik weet nog goed mijn allereerste schaatsles daar, niet meer dan 4 of 5 jaar oud waarschijnlijk. Het was koud, bitter koud. Huilend van de versteende ijsklompjes waarin mijn voeten veranderd waren kwam ik thuis waar ik pas, geleund tegen de hete kolenkachel in de achterkamer, weer tot rust kwam.


Helaas beschik ik niet over oude foto's van de ijsbaan. Ik vond ze wel op de facebook pagina van de tegenwoordige (door omwonenden opgerichte en zeer actieve) vereniging ' de Zilveren Schaats' die zich o.a. inzet voor behoud en versterking van de natuurwaarde van het gebied. Die site biedt overigens ook inzicht in de interessante historie van het gebied zoals hier te lezen valt.En de foto's die ik vond? Ze laten zien dat er meer dan 50 jaar later nog niks veranderd is!

In 2005 maakte ik zelf nog een paar foto's in dit gebied. Zie hieronder. 

2005
2005


Naar school: 1955-1963



route naar school (google maps 131012)
Vanaf heel jong liep ik met mijn broers naar school. Dat was een behoorlijk  eind lopen overigens; zowel kleuterschool ‘de Meeuw’ als lagere school de Kohnstammschool bevonden zich in de –toen nieuwbouw- buurt tussen Rubenslaan en Kromme Rijn, vlakbij het DOS stadion (nu Galgewaard). Volgens google maps is het voor een volwassene 17 minuten lopen. Wij deden er, vooral op de terugweg, heel wat langer over...

1959, noodgebouw 'de meeuw' achterkant (Utr. Archief)
‘De Meeuw’ was gevestigd in een houten noodgebouwtje aan het eind van de Adriaen van Ostadelaan. Niet lang nadat ik naar de lagere school ging kwam er een flatgebouw voor in de plaats. De Kohnstammschool lag en (ligt nog steeds) aan de Marislaan. Het was een gloednieuwe, moderne en zeer vooruitstrevende school. Mijn oudste broers hadden de oplevering van het gebouw nog als leerling meegemaakt. Vanuit de klaslokalen keek je direct op de Kromme Rijn. Gedurende mijn lagere schooltijd werd verder aan de buurt gebouwd, ook aan de overkant van de Kromme Rijn. Ik herinner me veel hutten te hebben gebouwd op bouwplaatsen waar nu flats staan. 

1955, kleuterschool de meeuw, ikzelf midden, rechts, vlak voor de juf

We liepen (later fietsten) naar school door de Rembrandtkade over te steken, langs het Antonius Ziekenhuis, de hele Jan van Scorelstraat door en dan linksaf de Adriaen van Ostadelaan op. Voor de Kohnstammschool sloegen we dan nog rechtsaf de Rubenslaan op en gelijk links via de Israëlslaan naar de Marislaan. 

1956, Kohnstammschool (Utr. Archief)
Zoals gezegd, een heel eind. Natuurlijk ook een route waarlangs we, vooral op de terugweg na school, nogal eens een avontuur konden beleven. Ik ben me wel eens een gat in het hoofd gevallen  toen ik op een opgebroken stoep van stapel tot stapel tegels probeerde te springen. Ik herinner me ook een andere keer: met grote verbazing keken we toe hoe een zwerver zomaar uit het vuistje een groot stuk kaas op stond te eten. Ik denk ook aan allerlei gedenkwaardige figuren, straatventers, muzikanten, etc. die we (vaak op hun vaste dagen) tegen kwamen.

En we kwamen  langs een aantal verleidelijke winkels: de lubro bakkerij aan de Jan van  Scorelstraat maar vooral snackbar Cortina aan de Adriaen van Ostadelaan! Hadden we een paar centen op zak dan was dat de plek voor bazooka kauwgom, centendrop of spekkies. Laat die Cortina overigens vandaag de dag nog steeds bestaan op datzelfde hoekje met de Ferdinand Bolstraat! Wie had dat kunnen bedenken!

cafetaria Cortina (google streetview 131012)
(Utr. Archief)
Maar ook aan de lubro bakkerij bewaar ik een gedenkwaardige herinnering. Ik moet nog heel klein zijn geweest (in mijn herinnering zat ik nog op de Meeuw) toen ik eens een rijksdaalder meekreeg voor de juf: schoolgeld of melkgeld of zoiets. Het liep tegen sinterklaas en de etalage van de lubro stond vol met lekkernijen. Vooral een enorm paard van geel suikergoed trok mijn aandacht. Mijn broers waren zeker wat vooruitgelopen want ik ging de winkel binnen en legde mijn rijksdaalder op de toonbank. De waarde van geld kende ik nog niet want toen ik met het paard en wat wisselgeld de deur uit liep dacht ik: ‘nou, daar heb ik ook niks meer aan’ en gooide de stuivers en centen maar weg… Een wat ouder meisje bekeek dat met grote ogen voor ze de centen begon op te grabbelen. 


Welke straf ik voor deze impulsaankoop gehad heb weet ik niet meer. Wel herinner ik me dat ik die ochtend met kleverige handen en mond op school aankwam. Het suikerbeest werd me direct afgenomen en stond de rest van de morgen boven op een kast. Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden…