Posts tonen met het label Mauritsstr.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mauritsstr.. Alle posts tonen

WELKOM!


1955, Stadhouderslaan (Utr. Archief)

Welkom lezer!

In 1951 werd ik geboren in de ouderlijke slaapkamer van Stadhouderslaan 102 te Utrecht. Ik woonde er tot de zomer van 1970 toen ik naar Amsterdam vertrok. 

Het hierna volgende bevat herinneringen aan buurt en buren, straat en winkels, wijk en buitengebied, vrienden en (on)bekenden, kattekwaad en ander tijdverdrijf, school, sport en spel.

En dat alles van meer dan 45 jaar geleden. Veel is verdwenen en anders geworden maar qua aanzicht zijn Stadhouderslaan en buurt eigenlijk verbazingwekkend weinig veranderd...

Het fotomateriaal is afkomstig uit eigen verzameling en gedeeltelijk ook uit de online verzameling van het Utrechts Archief

(Dit blog werd oorspronkelijk gepubliceerd in het najaar van 2013. In 2025, ook het najaar, heb ik het nog eens doorgelezen en waar nodig de informatie up to date gemaakt. Deze toevoegingen en/of veranderingen zijn herkenbaar aan het feit dat ze in cursief zijn gezet en voorzien zijn van een datum.)

Meer informatie over schrijver dezes alhier.

De buurt


het buurtje plus omgeving: ten noorden Emmalaan, ten westen Maliebaan, ten zuiden Prins Hendriklaan en Jan van Scorelstraat (google maps)

1953, koningslaan, hoek Dillenburgstraat
(Utr. Archief)
Slechts 4 straten breed eigenlijk, dat buurtje van ons, met een paar zijstraten ertussen. Het eindigt bij de Rembrandtkade in het zuiden en de Johan Willem Frisostraat in het noorden. Daartussen parallel aan elkaar van west naar oost de Koningslaan aan het Wilhelminapark, de Mauritsstraat, de Stadhouderslaan en de Frederik Hendrikstraat waarvan de tuinen grenzen aan de Zilveren Schaats, de natuurlijke grens. In mijn jeugd was dat ook direct de grens tussen stad en platteland: erachter begonnen de weilanden van de Johannapolder, doorkruist door de toen nog rustige rijksweg. Tussen de vier straten nog twee verbindings wegen: de Dillenburgstraat in het midden en de Willem de Zwijgerstraat ten zuiden daarvan.
1968, zicht op Frederik Hendrikstraat vanaf begin Willem de Zwijgerstraat
(Utr. Archief)

De Stadhouderslaan vormt de centrale as, de breedste weg waar ook de bus doorheen rijdt. De halte op de hoek van de Dillenburgstraat is er nog altijd. De Koningslaan, aan het park, was de chicste. Mauritsstraat en Frederik Hendrikstraat waren misschien wat minder mooie straten. Maar dat is misschien subjectief.

De hele buurt bestond immers voor het grootste deel uit ruime ééngezinswoningen met tuin, bewoond door keurige middle class gezinnen. Veel ervan waren koopwoningen (denk ik) en er waren relatief maar weinig panden met etagewoningen. Ik kende tenminste vrijwel niemand in de buurt die op een verdieping woonde.

bushalte Stadhouderslaan/Dillenburgstraat, ca. 2017 

Het was een rustige buurt. Mensen gingen beleefd en vriendelijk met elkaar om, openlijke ruzies waren er niet of werden in elk geval niet publiekelijk uitgevochten. Veel grote gezinnen natuurlijk, zoals in die babybooming tijd gewoon was. Niet zo groot als elders echter; vier tot zes kinderen was normaal.


2005, naambordje croiset
Woonden er in mijn tijd nog 'bekende Nederlanders' bij ons in de buurt? De enige die ik me kan herinneren zijn de beeldhouwer Pieter d'Hont (Frederik Hendrikstraat) en de bekende paragnost Gerard Croiset (willem de Zwijgerstraat), wiens gelijknamige zoon in 2005 nog steeds hetzelfde naambordje bij de voordeur had hangen. Er staat me iets van bij dat ook Dick Bruna ooit in de buurt woonde maar daarin kan ik me vergissen.

(naschrift: veel later kwam ik er achter dat ook de bekende ARP- en -kortstondig- CDA voorman Willem Aantjes bij ons in de buurt woonde: koningslaan. Maar ja, diens kinderen zullen wel op een christelijke school gezeten hebben.)

Weinig straatleven hier; men zat niet op de stoep met een biertje. Het leven speelde zich binnen af of elders. Veel ouders en kinderen uit de buurt kwamen elkaar dan ook weer tegen op de sportclub, de school, de kerk. Hockeyclub Kampong, de Kohnstammschool (net als de Frans Halsschool overigens, officieel 'Utrechtse School Vereniging' genaamd), het gymnasium en de (remonstrantse) Geertekerk; alle betrokken hun 'klanten' voor een behoorlijk deel uit onze buurt.
1962, Wilhelminapark, westzijde, vanaf hoek Burg.Reigerstraat
(Utr. Archief)

Natuurlijk stond het buurtje niet op zichzelf. Hetzelfde soort mensen en huizen vond je bijvoorbeeld aan de overkant (westkant) van het Wilhelminapark, de van Limburg Stirum- en van der Duijnstraat daar, de Prins Hendriklaan aan de andere kant van het Antonius Ziekenhuis. En natuurlijk waren er de nog een beetje chiquere buurten rond de Emmalaan, ten noorden van het Rosarium en de daarachter gelegen Maliebaan.

Verderop werd het echter echt anders: achter het park lag ook Oudwijk, een volksbuurt waar weinig contact mee bestond. Ook verderop langs de Jan van Scorelstraat was 'onze' buurt toch echt opgehouden. 

Winkels


        ca. 1960, Drogisterij 'de Zwijger' (ten tijde van publicatie van dit blog, ca. 2013, bevond zich er 'tapperij de Stadhouder', na 2023 werd dat 'tapperij Dikke Dries', een naam uit een nog verder verleden van het Utrechtse uitgaansleven... AH 9/12/2025) (Utr. Archief)

Veel winkels waren er niet in het buurtje. De Jan van Scorelstraat had er veel meer: minstens drie bloemenwinkels vlak rond het Antonius Ziekenhuis bijvoorbeeld. Tussen Rembrandtkade en Prins Hendriklaan zat verder o.a. een kantoorboekhandel. Verderop, bij het Hobbemaplein, zat de lubro bakkerij, waarover elders het een en ander geschreven staat.

1968, brand bij Noack (Utr. Archief)
Op de hoek Jan van Scorelstraat-Prins Hendriklaan zat kruidenier Noack. Mijn moeder was niet erg op hem gesteld vanwege zijn slagzin: "hoop dat u mooi weer hebt, dan heb ik het ook." Maar we kochten er wel het een en ander. En de brand in zijn pand (1968) was spectaculair! De meeste boodschappen kwamen echter van meneer Rijksen. Hij had een winkel aan de Nachtegaalstraat maar bezorgde ook. Mijn moeder gaf telefonisch het lijstje door en op vrijdagavond, als we zaten te eten, kwam hij ze brengen. Hij liet zichzelf binnen met het touwtje uit de brievenbus en liep door naar de keuken, roepende "Rijksen!". Hoefde mijn moeder niet op te staan.

Op de volgende hoek van de Jan van Scorelstraat zat slagerij van Schie. Daar kwamen we regelmatig. Meneer van Schie's gelaatskleur leek verdacht veel op die van de lever die hij verkocht, zo herinner ik me. Maar het plakje worst was altijd zeer welkom...

Nog verder, bij de hoek van de Adriaen van Ostadelaan, zat de bondsspaarbank. Regelmatig kwamen wij kinderen daar met ons bankboekje om geld bij te laten schrijven (stuivers en dubbeltjes meestal) op onze zilvervloot rekening.

Op de Rembrandtkade zat fietsenmaker Smorenburg. Wij kwamen er nooit. De man handelde in het merk batavus en wij waren 'van gazelle'. Onze fietsenmaker was van der Pol, om de hoek op de Prins Hendriklaan, maar aan hem bewaar ik zulke bijzondere herinneringen dat hij in dit blog zijn eigen verhaaltje verdient.

1963, sigarenboer, hoek Frederik Hendrikstraat (Utr. Archief)
Toch waren er in het buurtje zelf ook een aantal winkels. Drogisterij 'de Zwijger' van meneer Thies zat aan het pleintje schuin tegenover het onze. De sigarenboer zat er tegenover op de hoek van de Frederik Hendrikstraat. Op de hoek met de Willem de Zwijgerstraat zat ook een kleine kruidenier, de Centra. Maar daar kochten we niet want 'die waren katholiek', zoals mijn oudste broer zich herinnert. 

Op de hoek met de Dillenburgstraat zat een groenteboer, Scherrenberg. We haalden er wel eens geschilde aardappelen, iets nieuws in die tijd. Hij had daartoe een luidruchtig apparaat waarin de aardappelen werden rondgeslingerd langs scherpe messen.

1973, groenteboer Scherrenberg (Utr. Archief)
Helemaal aan het begin van de stadhouderslaan zat onze kapper. Volgens mij heette hij van Maarschalkerweerd. Het bezoek aan hem was een verdeeld genoegen. Dat gepruts aan mijn haar zag ik totaal niet zitten (er kwam in mijn ogen altijd wat afschuwelijks uit, helemaal opgeschoren en zo) maar bij hem lagen stripboeken die bij ons het huis niet inkwamen en ondeugend tijdschrift 'de Lach'. Omdat we meestal met een aantal kinderen tegelijk gingen wilde ik daarom altijd als laatste geknipt worden..

Ook in de Mauritsstraat, hoek Dillenburgstraat zat een Centra winkel: schuin tegenover mijn vriendje B. 

Maar de meeste boodschappen kwamen in die tijd toch naar ons toe. Straatventers, huis aan huisverkopers, al dan niet met paard- en wagen, waren nog heel gewoon. Daarover elders meer.

(N.B. Dit hoofdstuk kwam mede tot stand op basis van de jeugdherinneringen van mijn broers Bas en Maarten die mij hielpen met de namen van vele, hierboven genoemde winkeliers)

1973, de Centra in de Mauritsstraat (Utr. Archief)






Mijn vriendje B.



B. was op de lagere school mijn beste vriendje. Ook toen we allebei op verschillende middelbare scholen zaten zagen we elkaar nog regelmatig. Hij woonde in de Mauritsstraat, het huis op de  noord-oosthoek met de Dillenburgstraat. De tuin was van de straat af afgeschermd door een stenen muur waarin een poortje. Makkelijk binnenkomen dus.

Volgens mij zatten we al samen op kleuterschool de Meeuw maar dat weet ik niet zeker. Op de Kohnstammschool sloten we al gauw een pact: allebei waren we geboren Utrechtenaren (naschrift: Utrechters volgens B.) maar hij wilde liever Fries zijn zoals ik liever Zeeuw was. We spraken af dat we allebei tegenover derden in zouden staan voor de waarheid van de genoemde geboorteplaats. Schiep een band, nietwaar. Zijn vader was kunstschilder met veel werk in de reclamewereld, de mijne was klassiek musicus, allebei creatieve beroepen en ook dat was anders dan bij de meeste van onze vriendjes/klasgenoten.

We speelden veel met elkaar. Alle plekken die in dit blog voorkomen als favoriet exploreerden we samen. En overal beleefden we wel een avontuur. Zo zeer zelfs dat we in later jaren  bij aankomst naar elkaars raam floten en, als de ander dan opendeed, riepen: "ga je mee een avontuur beleven?" En inderdaad, dat gebeurde altijd!

Op 5 mei speelden we 'bevrijdinkje' en tooiden ons in soldatentenue. Bij hem thuis lagen nog attributen van de binnenlandse strijdkrachten, bij ons munitiegordels en zo meer. Een oranje sjerp om en klaar. Op de foto hierboven (de enige die ik van ons tweeën heb) spelen we waarschijnlijk batavier of vroege middeleeuwer: jute zakken over onze kleren, botaniseertrommel op de rug en veldfles in de hand, een hoed uit de verkleedkist op het hoofd en gaan met die banaan!

Ook zetten we samen onze eerste stappen buiten de buurt; ik weet nog goed dat we eens in de sinterklaastijd voor het eerst samen met de bus naar de stad mochten gaan om kadootjes te kopen. Een avontuur op zich. Natuurlijk stonden we op de terugweg te kwijlen voor de etalage van de dure speelgoedwinkel op de kop van de Nachtegaalstraat!

Toen we al wat ouder waren wilden we eens naar de bioscoop maar geen geld natuurlijk. Geen nood, in het park gingen we om een bijdrage vragen en inderdaad, we hadden het geld zo bij elkaar. Een andere keer trouwens (we moeten ons erg verveeld hebben) probeerden we de lampen in de lantaarnpalen stuk te gooien. Lukte ons ook nog.

Later groeiden we uit elkaar. B. was veel sportiever dan ik en zat op een andere school. Na de middelbare school vertrok ik naar Amsterdam. B. bleef vrijwel zijn hele leven in Utrecht. Hij woont er nog en is een redelijk succesvol kunstschilder.


Gekke Bart



1968, markt paardenveld, gekke bart met pet en blauw jasje

Een straatventer die geen jochie uit de jaren vijftig ooit zal vergeten was Gekke Bart, de voddenboer. Wonder boven wonder vond ik zijn foto op internet bij de herinneringen van een oud-bewoner van de Mauritsstraat. Het is de man rechts met het blauwe jasje. 

Gekke Bart reed met zijn bakfiets eens per week bij ons door de straat. Je hoorde hem al van verre aankomen want hij zong altijd uit volle borst aria's en andere operafagmenten. Dat was natuurlijk al bijzonder maar hij had daarnaast een tic waarmee hij zijn ongelukkige bijnaam verwierf. Om de paar minuten riep hij namelijk keihard iets dat klonk als "hmppena" waarbij zijn hoofd achteroversloeg en zijn hand op zijn knie klapte om vervolgens omhoog te schieten. Het was een soort spasme waar hij niks aan kon doen (de ex-mauritsstrater heeft het over het gilles de la tourrette syndroom maar of dat zo is weet ik niet). 

Het was natuurlijk gek en voor ons was hij dat dus ook. Als we in de buurt waren wanneer hij de straat in kwam liepen we er in een lange sliert achteraan en riepen hem na: "Gekke Bart, gekke Bart!" Meestal deed hij net of hij ons niet hoorde maar ik herinner me een keer dat het hem teveel werd; hij sprong van de bakfiets en probeerde een van ons te grijpen. Lukte natuurlijk niet en des te meer reden voor hilariteit...

We waren hard en gemeen... Het was pesten en niet zo'n klein beetje ook. Hoe moet de goede man zich elke dag gevoeld hebben: jaar in jaar uit en in alle buurten hetzelfde liedje... 

Spijt? Ja, al jaren. Is natuurlijk gemakkelijk, achteraf...