Posts tonen met het label Dillenburgstr.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dillenburgstr.. Alle posts tonen

Het pleintje


1973, het pleintje op de hoek Stadhouderslaan/Frederik Hendrikstraat (Utr. Archief)

Het eerste plekje buiten de voordeur dat ik echt leerde kennen was 'het pleintje' aan het eind van de straat (5 huizen vanaf het onze) op de hoek met de Frederik Hendrikstraat. Lekker dichtbij zodat moeders een oogje in het zeil kon houden. Later mochten we natuurlijk wat verder. Eerst tot de hoek van de Dillenburgstraat, later het blokje om door de Frederik Hendrikstraat. Als we maar op de stoep bleven! 

Maar het pleintje bleef het centrale punt: rolschaatsen, knikkeren, met vriendjes afspreken, alle gewone kinderspelletjes, noem maar op. 


1963, sigarenwinkel tegenover het pleintje
(Utr. Archief)
1979, Stadhouderslaan, kruising W.de Zwijgerstr./F.Hendrikstr, in de verte het Antonius ziekenhuis (Utr.Archief)
Aan de overkant was de sigarenwinkel. Later kwamen we daar wel voor snoep of om sigaretten (alaska filter) voor mijn moeder te kopen. Schuin tegenover lag nog een pleintje. Daar was de drogisterij van meneer Thies ( ten tijde van publicatie van dit blog, ca. 2013, bevond zich er 'tapperij de Stadhouder', na 2023 werd dat 'tapperij Dikke Dries', een naam uit een nog verder verleden van het Utrechtse uitgaansleven... AH 9/12/2025).  'Aan de overkant' dus, niet te bereiken in die vroege jeugdjaren. 


1955, nog zonder pleintje (Utr. Archief)
2013, google streetview, pleintje in het groen...
Het pleintje was ontstaan na de herinrich-
ting van 1955 toen de middenberm 
verdween. Daarvoor was er slechts een smal stoepje. Tegenwoordig lijkt er weer wat van het pleintje afgesnoept  doordat de bocht met de Frederik Hendrikstraat wijder gemaakt is. Maar het is nu wel lekker groen. Wat een bomen zijn daar in de tussentijd gegroeid!



De buurt


het buurtje plus omgeving: ten noorden Emmalaan, ten westen Maliebaan, ten zuiden Prins Hendriklaan en Jan van Scorelstraat (google maps)

1953, koningslaan, hoek Dillenburgstraat
(Utr. Archief)
Slechts 4 straten breed eigenlijk, dat buurtje van ons, met een paar zijstraten ertussen. Het eindigt bij de Rembrandtkade in het zuiden en de Johan Willem Frisostraat in het noorden. Daartussen parallel aan elkaar van west naar oost de Koningslaan aan het Wilhelminapark, de Mauritsstraat, de Stadhouderslaan en de Frederik Hendrikstraat waarvan de tuinen grenzen aan de Zilveren Schaats, de natuurlijke grens. In mijn jeugd was dat ook direct de grens tussen stad en platteland: erachter begonnen de weilanden van de Johannapolder, doorkruist door de toen nog rustige rijksweg. Tussen de vier straten nog twee verbindings wegen: de Dillenburgstraat in het midden en de Willem de Zwijgerstraat ten zuiden daarvan.
1968, zicht op Frederik Hendrikstraat vanaf begin Willem de Zwijgerstraat
(Utr. Archief)

De Stadhouderslaan vormt de centrale as, de breedste weg waar ook de bus doorheen rijdt. De halte op de hoek van de Dillenburgstraat is er nog altijd. De Koningslaan, aan het park, was de chicste. Mauritsstraat en Frederik Hendrikstraat waren misschien wat minder mooie straten. Maar dat is misschien subjectief.

De hele buurt bestond immers voor het grootste deel uit ruime ééngezinswoningen met tuin, bewoond door keurige middle class gezinnen. Veel ervan waren koopwoningen (denk ik) en er waren relatief maar weinig panden met etagewoningen. Ik kende tenminste vrijwel niemand in de buurt die op een verdieping woonde.

bushalte Stadhouderslaan/Dillenburgstraat, ca. 2017 

Het was een rustige buurt. Mensen gingen beleefd en vriendelijk met elkaar om, openlijke ruzies waren er niet of werden in elk geval niet publiekelijk uitgevochten. Veel grote gezinnen natuurlijk, zoals in die babybooming tijd gewoon was. Niet zo groot als elders echter; vier tot zes kinderen was normaal.


2005, naambordje croiset
Woonden er in mijn tijd nog 'bekende Nederlanders' bij ons in de buurt? De enige die ik me kan herinneren zijn de beeldhouwer Pieter d'Hont (Frederik Hendrikstraat) en de bekende paragnost Gerard Croiset (willem de Zwijgerstraat), wiens gelijknamige zoon in 2005 nog steeds hetzelfde naambordje bij de voordeur had hangen. Er staat me iets van bij dat ook Dick Bruna ooit in de buurt woonde maar daarin kan ik me vergissen.

(naschrift: veel later kwam ik er achter dat ook de bekende ARP- en -kortstondig- CDA voorman Willem Aantjes bij ons in de buurt woonde: koningslaan. Maar ja, diens kinderen zullen wel op een christelijke school gezeten hebben.)

Weinig straatleven hier; men zat niet op de stoep met een biertje. Het leven speelde zich binnen af of elders. Veel ouders en kinderen uit de buurt kwamen elkaar dan ook weer tegen op de sportclub, de school, de kerk. Hockeyclub Kampong, de Kohnstammschool (net als de Frans Halsschool overigens, officieel 'Utrechtse School Vereniging' genaamd), het gymnasium en de (remonstrantse) Geertekerk; alle betrokken hun 'klanten' voor een behoorlijk deel uit onze buurt.
1962, Wilhelminapark, westzijde, vanaf hoek Burg.Reigerstraat
(Utr. Archief)

Natuurlijk stond het buurtje niet op zichzelf. Hetzelfde soort mensen en huizen vond je bijvoorbeeld aan de overkant (westkant) van het Wilhelminapark, de van Limburg Stirum- en van der Duijnstraat daar, de Prins Hendriklaan aan de andere kant van het Antonius Ziekenhuis. En natuurlijk waren er de nog een beetje chiquere buurten rond de Emmalaan, ten noorden van het Rosarium en de daarachter gelegen Maliebaan.

Verderop werd het echter echt anders: achter het park lag ook Oudwijk, een volksbuurt waar weinig contact mee bestond. Ook verderop langs de Jan van Scorelstraat was 'onze' buurt toch echt opgehouden. 

Winkels


        ca. 1960, Drogisterij 'de Zwijger' (ten tijde van publicatie van dit blog, ca. 2013, bevond zich er 'tapperij de Stadhouder', na 2023 werd dat 'tapperij Dikke Dries', een naam uit een nog verder verleden van het Utrechtse uitgaansleven... AH 9/12/2025) (Utr. Archief)

Veel winkels waren er niet in het buurtje. De Jan van Scorelstraat had er veel meer: minstens drie bloemenwinkels vlak rond het Antonius Ziekenhuis bijvoorbeeld. Tussen Rembrandtkade en Prins Hendriklaan zat verder o.a. een kantoorboekhandel. Verderop, bij het Hobbemaplein, zat de lubro bakkerij, waarover elders het een en ander geschreven staat.

1968, brand bij Noack (Utr. Archief)
Op de hoek Jan van Scorelstraat-Prins Hendriklaan zat kruidenier Noack. Mijn moeder was niet erg op hem gesteld vanwege zijn slagzin: "hoop dat u mooi weer hebt, dan heb ik het ook." Maar we kochten er wel het een en ander. En de brand in zijn pand (1968) was spectaculair! De meeste boodschappen kwamen echter van meneer Rijksen. Hij had een winkel aan de Nachtegaalstraat maar bezorgde ook. Mijn moeder gaf telefonisch het lijstje door en op vrijdagavond, als we zaten te eten, kwam hij ze brengen. Hij liet zichzelf binnen met het touwtje uit de brievenbus en liep door naar de keuken, roepende "Rijksen!". Hoefde mijn moeder niet op te staan.

Op de volgende hoek van de Jan van Scorelstraat zat slagerij van Schie. Daar kwamen we regelmatig. Meneer van Schie's gelaatskleur leek verdacht veel op die van de lever die hij verkocht, zo herinner ik me. Maar het plakje worst was altijd zeer welkom...

Nog verder, bij de hoek van de Adriaen van Ostadelaan, zat de bondsspaarbank. Regelmatig kwamen wij kinderen daar met ons bankboekje om geld bij te laten schrijven (stuivers en dubbeltjes meestal) op onze zilvervloot rekening.

Op de Rembrandtkade zat fietsenmaker Smorenburg. Wij kwamen er nooit. De man handelde in het merk batavus en wij waren 'van gazelle'. Onze fietsenmaker was van der Pol, om de hoek op de Prins Hendriklaan, maar aan hem bewaar ik zulke bijzondere herinneringen dat hij in dit blog zijn eigen verhaaltje verdient.

1963, sigarenboer, hoek Frederik Hendrikstraat (Utr. Archief)
Toch waren er in het buurtje zelf ook een aantal winkels. Drogisterij 'de Zwijger' van meneer Thies zat aan het pleintje schuin tegenover het onze. De sigarenboer zat er tegenover op de hoek van de Frederik Hendrikstraat. Op de hoek met de Willem de Zwijgerstraat zat ook een kleine kruidenier, de Centra. Maar daar kochten we niet want 'die waren katholiek', zoals mijn oudste broer zich herinnert. 

Op de hoek met de Dillenburgstraat zat een groenteboer, Scherrenberg. We haalden er wel eens geschilde aardappelen, iets nieuws in die tijd. Hij had daartoe een luidruchtig apparaat waarin de aardappelen werden rondgeslingerd langs scherpe messen.

1973, groenteboer Scherrenberg (Utr. Archief)
Helemaal aan het begin van de stadhouderslaan zat onze kapper. Volgens mij heette hij van Maarschalkerweerd. Het bezoek aan hem was een verdeeld genoegen. Dat gepruts aan mijn haar zag ik totaal niet zitten (er kwam in mijn ogen altijd wat afschuwelijks uit, helemaal opgeschoren en zo) maar bij hem lagen stripboeken die bij ons het huis niet inkwamen en ondeugend tijdschrift 'de Lach'. Omdat we meestal met een aantal kinderen tegelijk gingen wilde ik daarom altijd als laatste geknipt worden..

Ook in de Mauritsstraat, hoek Dillenburgstraat zat een Centra winkel: schuin tegenover mijn vriendje B. 

Maar de meeste boodschappen kwamen in die tijd toch naar ons toe. Straatventers, huis aan huisverkopers, al dan niet met paard- en wagen, waren nog heel gewoon. Daarover elders meer.

(N.B. Dit hoofdstuk kwam mede tot stand op basis van de jeugdherinneringen van mijn broers Bas en Maarten die mij hielpen met de namen van vele, hierboven genoemde winkeliers)

1973, de Centra in de Mauritsstraat (Utr. Archief)






Wilhelminapark

winter 1953, wilhelminapark, mijn oudste broers op de slee, ik in de kinderwagen. Wat een prachtige jas draagt mijn moeder!

131022 google maps, wilhelminapark
Als de Zilveren Schaats de ene belangrijke speelplek was, dan was het park zeker de andere. Vanaf heel klein werd ik er rond gereden in mijn kinderwagen, Later gingen we de eendjes voeren aan de grote vijver. Nog later liep ik er na school rond te schooien, haalde ik er kattekwaad uit en speelde op het grote grasveld. En weer wat jaren verder ervoer ik er na een klassenavond mijn eerste tongzoen, rookte ik er stiekum mijn eerste sigaret (een alaska menthol uit mijn moeders pakje) en, nog weer later, ja zeker, mijn eerste jointje... En ook hier werd natuurlijk 's winters geschaatst, hoewel we vaker het ijs achter de Frederik Hendrikstraat opzochten.

1999, monument burg. Fockema Andreae
Een bijzonder plekje was het bakstenen monument voor een vooroorlogse burgemeester op een beetje afgelegen plekje aan de noordwest kant van het park. Als klein jongetje kon je er heerlijk klimmen over de verschillende niveaus van de monumentale bank. Wat ouder was het, omdat er weinig mensen langskwamen een ideale plek om met vriendjes te zitten 'bomen',
1953, voetgangersbrug bij Dillenburgstraat
  (Utr. Archief)

zoals we toen zeiden, 'chew the fat' zouden ze nu in het Engels zeggen. Bestaat het nog? Ik denk het wel ik vond de foto uit 1999 op de site van het NAI (Nederlands Architectuurinstituut).

Een ander mooi element was het rustieke bruggetje, geheel opgebouwd uit ruwe boomstammetjes, het park in op de Koningslaan, hoek Dillenburgstraat. In het Utrechts archief vond ik dat het het 'knuppelbruggetje' heette. 't Was al heel oud...  Zou het er nog liggen? Moet toch eens gaan kijken!


Naschrift 2025: dat knuppelbruggetje was niet van hout! Het was van 'système Monier', een Franse voorloper van gewapend beton en indertijd een gloednieuw materiaal. Het bruggetje was in 1898 aangelegd door de firma 'F.J. Moerkoert, aanleg van rots- en waterwerken' die de techniek van 'cementrustiek' toepaste. Het werd in die tijd onder andere gebruikt voor het maken van namaak rotspartijen en was als decoratietechniek een tijdje zeer populair. (informatie en afbeelding afkomstig uit 'de firma Moerkoert in cementrustiek' door Wim Meulenkamp, tijdschrift Oud-Utrecht, augustus 2023.  


Een plek waar we nooit naar binnen gingen was het chique Wilhelminapaviljoen.  Ik at er pas voor het eerst toen ik vele jaren later weer eens in Utrecht moest zijn voor een zakelijk diner. Maar we kwamen er natuurlijk altijd langs. Het lag immers aan de snelste oost-west route door het park. Het was een voetpad maar we fietsten er natuurlijk altijd doorheen, zeker 's ochtends vroeg, op weg naar school. Moest je natuurlijk niet net gesnapt worden door de parkwachters!

1954, met kindermeisje en broer, tweeling in de kinderwagen, op de achtergrond het Wilhelminapaviljoen

NB: naschrift april 2022:

Gisteren vond ik op facebook dit verhaal over de geschiedenis van het park. Leuke aanvulling!
 
 
Het Wilhelminapark maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht Utrecht-Oost. Langs het Wilhelminapark liggen twee straten met aaneengesloten herenhuizen die uitkijken op het park. De straat aan de westzijde heet eveneens Wilhelminapark terwijl de straat aan de andere kant de Koningslaan heet, niet te verwarren met de Koningsweg elders in Utrecht.
De buurt rondom het park wordt ook Wilhelminapark of de Wilhelminaparkbuurt genoemd. Dit geldt vooral voor het gebied aan de noordwestzijde, Wilhelminapark en omgeving in de gemeentelijke wijkenindeling. Het park beslaat ruwweg een derde van dat gebied. Het gebied aan de zuidoostzijde heet veelal de Schildersbuurt naar de straatnamen daar, terwijl het gebied ten westen van de straat Wilhelminapark de oorspronkelijke naam Oudwijk behouden heeft.
Aan de noordpunt van het wandelpark ligt een open gebied zonder huizen maar met een gemengde functie: er lopen enkele verkeerswegen maar liggen ook verschillende grasvelden met bomen. Het maakte integraal deel uit van het parkontwerp, al is het sindsdien wel gewijzigd. Er staan woonhuizen aan de Prinses Marijkelaan en de straat Oudwijk; verder komen minstens acht straten uit op het gebied, waaronder de Emmalaan die een verbinding vormt met het Hogelandse Park verder naar het noorden.
Op het grasveld bij de Prinses Marijkelaan ligt een zwerfkei als gedenksteen voor tien verzetsleden die hier omkwamen op 7 mei 1945, de dag van de Bevrijding van Utrecht. Ze waren op weg om Anton Mussert te arresteren maar kwamen in botsing met Duitse militairen.
In dit open gebied is ook het Rosarium. Daar vlakbij stond ooit midden op een rond grasveld een imposante beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’). Deze moet omstreeks 1850 geplant zijn op het toenmalige landgoed Het Hoogeland. De boom vormde het eindpunt van de zichtlijn via de Emmalaan vanaf het Hogelandse Park. De 25 meter hoge boom stond dankzij het opvallend rood gekleurde, ongeveer even brede bladerdek bekend als ‘de rode beuk’. In 2014 werd echter een infectie met de schimmel Phytophthora plurivora ontdekt. Behandeling wist de boom niet te redden en in 2019 werd de beuk doodverklaard en gekapt. Na verontreiniging van de verschimmelde grond is begin februari 2020 een jonge beuk op dezelfde locatie terug geplant.
Andere bijzonderheden rond het park zijn onder meer de begraafplaats Sint Barbara.
Centraal in het Wilhelminapark ligt een grote vijver met een paar eilandjes en een fontein. Aan de oever zijn afwisselend grasvelden, bloemenperken en bosschages. In het noorden en zuiden van het park zijn ‘speelweiden’. Vooral de grote weide in het zuiden wordt niet alleen gebruikt door individuele recreanten die er bijvoorbeeld picknicken, voetballen of frisbeeën, maar ook voor evenementen.
Het park wordt doorsneden door een fietspad, dat druk gebruikt wordt door studenten die tussen De Uithof en de binnenstad fietsen. Het standbeeld van koningin Wilhelmina staat langs dit pad en is een van de meerdere kunstwerken in het park. Tevens bevindt zich langs het pad een rijksmonument in de vorm van een theehuis met een rieten dak dat in 1925 is gebouwd naar ontwerp van G. van der Gaast ter vervanging van een paviljoen.[1] Een ander rijksmonument in het park is een in Amsterdamse School vormgegeven bakstenen herdenkingsbank die geplaatst is ter gelegenheid van het jubileum van de Utrechtse burgemeester Fockema Andreae. Verder bevindt zich een bunker in het park die gewaardeerd is als gemeentelijk monument en die sinds 2014 in gebruik is als expositieruimte onder de naam EXbunker.
In de tweede helft van de 19e eeuw groeide het aantal inwoners van Utrecht sterk en het gebied ten oosten van de Maliebaan kwam in beeld voor nieuwbouw. Dit gebied dat vanouds Oudwijk of het Oudwijkerveld heette, was voornamelijk agrarisch, met verspreide tuinderijen (in Utrecht hoveniers genoemd).
In 1887 kocht de gemeente Utrecht van de familie Ram het landgoed Het Hoogeland aan de noordzijde van dit gebied, bij de Biltstraat. Kort daarop kocht de gemeente ook het Oudwijkerveld. De eigenaar, baron van Boetzelaer van Oosterhout, vroeg veel minder geld dan zijn noordelijke buurman, maar stelde wel een aanvullende voorwaarde: er moesten niet alleen woonhuizen komen, maar ook een openbaar wandelpark.
Een prijsvraag voor een ontwerp van het park leverde zestien inzendingen op. De gemeente vroeg twee deelnemers om hun ontwerpen samen te voegen tot een integraal plan: de tuinarchitecten Hendrik Copijn en Jan Anthony Loran, een technisch tekenaar bij de gemeente Utrecht. Nadat Het Hoogeland was omgevormd tot park, werd aan de zuidkant het Oudwijkerveldpark aangelegd in de Engelse landschapsstijl. Het werd in 1898 officieel geopend en toen omgedoopt tot Wilhelminapark ter ere van Wilhelmina die in datzelfde jaar was ingehuldigd als koningin.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het park tijdelijk de naam Nassaupark.
 
 Bron: Wikipedia
 



 (Toevoeging december 2025: 
 In 2022 was ik in Utrecht voor een evenement van het Nederlands Film Festival. Ik postte toen op facebook het volgende verhaaltje: 
 
"Nog even een jeugdsentimenteel fietstochtje naar het Wilhelminapark gemaakt. Het monument voor een stokoude burgemeester bleek zich heel ergens anders te bevinden dan in mijn herinnering maar het was er nog. Veel op geklauterd en later de plek voor stiekeme jointjes... Het houten bruggetje bij de Mauritsstraat bleek echter een flauw aftreksel van het oorspronkelijke ... Het spel van de huidige kinderen lijkt gelukkig niet anders dan wij gewend waren en de eenden voerplek waar ik tussen 0 en 4 (?) jaar regelmatig brood in het water gooide was geen steek veranderd! Ook Wilhelmina zelf staat nog altijd op haar plek..." AH 9/12/2025)
 



 
 

Mijn vriendje B.



B. was op de lagere school mijn beste vriendje. Ook toen we allebei op verschillende middelbare scholen zaten zagen we elkaar nog regelmatig. Hij woonde in de Mauritsstraat, het huis op de  noord-oosthoek met de Dillenburgstraat. De tuin was van de straat af afgeschermd door een stenen muur waarin een poortje. Makkelijk binnenkomen dus.

Volgens mij zatten we al samen op kleuterschool de Meeuw maar dat weet ik niet zeker. Op de Kohnstammschool sloten we al gauw een pact: allebei waren we geboren Utrechtenaren (naschrift: Utrechters volgens B.) maar hij wilde liever Fries zijn zoals ik liever Zeeuw was. We spraken af dat we allebei tegenover derden in zouden staan voor de waarheid van de genoemde geboorteplaats. Schiep een band, nietwaar. Zijn vader was kunstschilder met veel werk in de reclamewereld, de mijne was klassiek musicus, allebei creatieve beroepen en ook dat was anders dan bij de meeste van onze vriendjes/klasgenoten.

We speelden veel met elkaar. Alle plekken die in dit blog voorkomen als favoriet exploreerden we samen. En overal beleefden we wel een avontuur. Zo zeer zelfs dat we in later jaren  bij aankomst naar elkaars raam floten en, als de ander dan opendeed, riepen: "ga je mee een avontuur beleven?" En inderdaad, dat gebeurde altijd!

Op 5 mei speelden we 'bevrijdinkje' en tooiden ons in soldatentenue. Bij hem thuis lagen nog attributen van de binnenlandse strijdkrachten, bij ons munitiegordels en zo meer. Een oranje sjerp om en klaar. Op de foto hierboven (de enige die ik van ons tweeën heb) spelen we waarschijnlijk batavier of vroege middeleeuwer: jute zakken over onze kleren, botaniseertrommel op de rug en veldfles in de hand, een hoed uit de verkleedkist op het hoofd en gaan met die banaan!

Ook zetten we samen onze eerste stappen buiten de buurt; ik weet nog goed dat we eens in de sinterklaastijd voor het eerst samen met de bus naar de stad mochten gaan om kadootjes te kopen. Een avontuur op zich. Natuurlijk stonden we op de terugweg te kwijlen voor de etalage van de dure speelgoedwinkel op de kop van de Nachtegaalstraat!

Toen we al wat ouder waren wilden we eens naar de bioscoop maar geen geld natuurlijk. Geen nood, in het park gingen we om een bijdrage vragen en inderdaad, we hadden het geld zo bij elkaar. Een andere keer trouwens (we moeten ons erg verveeld hebben) probeerden we de lampen in de lantaarnpalen stuk te gooien. Lukte ons ook nog.

Later groeiden we uit elkaar. B. was veel sportiever dan ik en zat op een andere school. Na de middelbare school vertrok ik naar Amsterdam. B. bleef vrijwel zijn hele leven in Utrecht. Hij woont er nog en is een redelijk succesvol kunstschilder.